

Op 14 november 1967 vindt de officiële opening van de accommodatie plaats door Marga Klomp, minister van CRM. De kersvers benoemde directeur van de schouwburg, Tim Kuik, stunt meteen in het eerste jaar: zestien uitverkochte voorstellingen van de populaire musical Anatevka. Exclusief voor het noorden, want alleen Geert Teis is geschikt voor deze productie. Door deze reeks voorstellingen wordt het Geert Teis Centrum al snel een begrip in Noord-Nederland.
In 1981 besluit de Gemeenteraad van Stadskanaal de stichtingsvorm op te heffen. Het Geert Teis Centrum wordt een gemeentelijke tak van dienst. Bij een gemeentelijke reorganisatie in 1989 verdwijnt ook deze beheersvorm en wordt het Geert Teis Centrum een hoofdafdeling van de Sector Welzijn van de gemeente Stadskanaal. Alle vaste personeelsleden komen in dienst van de gemeente.
In 1984 overlijdt plotseling Tim Kuik. Deze eerste directeur en markante persoonlijkheid heeft zeer nadrukkelijk zijn stempel gezet op het theater. Een gevleugelde uitspraak van hem was "Ik kan elke lege stoel wel opvreten". Hij wordt opgevolgd door Bé Lamberts, op dat moment gemeentevoorlichter, die tot op de dag van vandaag deze functie nog uitoefent.
In 1997 krijgt het theater praktisch een nieuw gebouw, een nieuwe naam en een nieuwe huisstijl. Voor een bedrag van vijf miljoen gulden is er veel verspijkerd aan Theater Geert Teis. Alleen de buitenmuren (de voorpui is wél nieuw) zijn overeind gebleven, maar daarbinnen is zo ongeveer alles over de kop gegaan. Een greep uit alle verbeteringen, vernieuwingen en aanpassingen: vernieuwing klimaatbeheersing, aanpassing artistiek-technische outillage, verplaatsing lichtcabine, vergroting frontbalkon (waarmee de stoelencapaciteit van 560 naar 630 vergroot werd), nieuwe publiekstoiletten, nieuwe theaterstoelen, nieuw kantorengedeelte en aanschaf van een computergestuurde akoestische installatie. Op 10 november 1997 viert het theater zijn heropening. Tegelijkertijd opent ook hotel Golden Tulip (inmiddels Best Western Hotel Stadskanaal) haar poorten.